Inspiratie

Af en toe geef ik les. Als ik deze begin met de stelling dat het werken in de culturele sector berust op een aantal heel eenvoudige basisprincipes gaat er een lichte zucht van verlichting door de klas. ‘Kom maar op met die eenvoudige principes’, hoor ik de toehoorders denken, de pen met notitieblok al in de aanslag.

Op dezelfde manier zit ik zelf bij mijn Boeddhistische leraar op de mat. Wanneer hij na vele uren onderricht de komst van een eenvoudige conclusie aankondigt veer ik opgelucht op: ‘Conclusion’, roept hij dan opgetogen: ‘Buddhism is…. relax. That’s all’. Fijn. Dat wilde ik ff weten.

Zelf heb ik een zogenaamde ‘green belt’ in Lean Management. De essentie van de Japanse lean managent filosofie is: eenvoud. Daar heb je geen dure cursus voor nodig toch?

Het punt met alle dingen die in wezen heel eenvoudig zijn is echter dat je vaak een verdraaid lange weg moet afleggen om tot die eenvoud te komen. Of je nou een student, Boeddhist of manager bent.

Zo is de essentie van het werken in de kunst volgens mij: inspiratie. Simpel. Maar daar begint de ellende al. Over de herkomst van het woord zijn we het al niet eens. Volgens sommigen komt het woord van het Latijnse spiritus (geest), maar geloofwaardiger vind ik dat het ‘inblazen’ betekent, ofwel ‘inspirare’, een van bovenaf ‘ingeblazen’, heilige gedrevenheid. Wie het weet mag het zeggen.

Inspiratie is naar mijn overtuiging een combinatie van naar buiten kijken, vervolgens naar binnen kijken en de dialoog met anderen. Daarom is naar het theater gaan met een vriend ook zo inspirerend. Je stapt als het ware IN een ervaring, bij voorkeur met iemand anders waarmee je die ervaring kunt delen. En als je er eenmaal IN hebt gezeten, als het flink ingeblazen is zeg maar, komt u er als het goed is als een andere persoon weer UIT.

Vandaar dus die gordijnen op onze posters waarachter de bezoeker voor een paar uurtjes verdwijnt. Geconfronteerd met Waarheid, Gezag, Spijt, Lust en wat al niet meer bent u na twee uur theater nooit meer dezelfde. Het theater als mini-retraite. Kunst als antwoord op al uw levensvragen. Of nee: u wist het antwoord eigenlijk al. Het theater maakte het antwoord alleen maar in u wakker. De oplossing van onze problemen zit natuurlijk verstopt in onszelf. Zo makkelijk is het, vermoed ik. Maar ja. Dan zult u toch eerst een kaartje moeten kopen.

gezag

Advertenties

Achttien vragen aan theaterprofessionals voor 2018

Hoe maken we inclusie in 2018 eindelijk tot prioriteit?

Hoe brengen we de verbeelding weer aan de macht binnen culturele organisaties en in de samenleving?

Durven we lef te tonen door ons uit te spreken over prangende kwesties waar we zelf deel van zijn en ondernemingen op te zetten die in alle redelijkheid onmogelijk lijken?

Bieden we reflectie aan de toeschouwer en nemen we zelf de tijd voor contemplatie? 

Hoe kunnen we samenwerking stimuleren, o.a. als het gaat om de realisatie van nieuw repertoire, nieuwe theatergebouwen, promotie, productie en afname van zowel gevorderde als nieuwe makers?

Hebben we geduld, tijd, interesse en openheid genoeg om een echte dialoog aan te gaan met collega’s, makers en publiek?

Kunnen we digitalisering verder en sneller inzetten om publieksservice en publieksbereik te verbeteren?

Streven we eenvoud na of maken we de dingen nodeloos ingewikkeld?

Zijn we zelf geïnspireerd genoeg om anderen te inspireren?

Incorporeren we nieuwe technologische ontwikkelingen voldoende in ons ambacht?

Kunnen we content ontwikkelen voor huidige en nieuwe stakeholders met een hoge wow-factor?

Verheffen we gastvrijheid en compassie tot kunst?

Maken we voldoende gebruik van de kracht van de community door van elkaar te leren, elkaar te helpen in onze ontwikkeling en aandacht voor elkaar te hebben op basis van gelijkwaardigheid?

Doen we aan publiekswerking naast publiekswerving?

Blijven we internationaal werken om blikvernauwing tegen te gaan of keren we ons naar binnen?

Tonen we voldoende leiderschap door middel van creatief altruïsme?

Kunnen we de Lean management filosofie toepassen en aansluiten bij de circulaire economie teneinde verspilling van o.a. tijd, talent, energie en middelen uit te bannen?

Geven we zelf het goede voorbeeld als het om fair practice gaat?

 

 

Fuck you-mentaliteit

In de Volkskrant van afgelopen 16 december stond een zinderend interview van Herien Wensink met toneelregisseur Daria Bukvic, die daarin onder meer zegt dat ze schijt heeft aan ‘hoe het heurt’.

‘De oudere, mannelijke, generatie in de theatersector schrikt soms van die fuck you-mentaliteit’, vertelt Bukvic. ‘Ik heb een keer mooi opgetut op de cover van een blad gestaan – haar, make-up, alles – en toen werd ik gebeld door een grootheid van het Nederlands toneel – nee, ik ga zijn naam niet noemen – die zei dat dat ‘afbreuk deed aan wat ik te zeggen heb’. Ongevraagd advies!’

Ai. Zijn we zo braaf geworden in de theatersector? Ik vrees van wel. Hoe dat komt? Angst? Conformisme? Toch gek. Want angst en conformisme hebben ons nog nooit verder geholpen. Het was daarom waarschijnlijk niet voor niets dat Lot Vekemans de theaterwereld opriep tot het tonen van ‘grote moed’.

Volle hevigheid

In hetzelfde interview zegt Daria Bukvic: ‘Theater maken dwingt mij me te verdiepen in de verschillende kanten van een conflict, ik word er een verdraagzamer mens van. Kijk, ik wil aandacht vragen voor raciale thema’s, dat onderwerp dient zich momenteel nu eenmaal in volle hevigheid aan. Maar onder dat engagement ligt een wens: is er een wereld denkbaar waarin we oprecht empathie tonen voor elkaar?’

Ik vind dat een uiterst inspirerende en belangrijke vraag. Als er al zo’n wereld denkbaar is, dan kan de theatergemeenschap op zijn minst proberen om daar hiernu aan bij te dragen. Niet alleen door relevante thema’s aan te snijden, maar vooral ook door zelf ogenblikkelijk het goede voorbeeld te geven als het gaat om bijvoorbeeld verdraagzaamheid, inclusie en duurzaamheid.

Dit is het moment voor idealistisch en vooral handelend leiderschap. Steeds meer raak ik er van overtuigd dat inmiddels luid weerklinkende alarmbellen niet langer genegeerd kunnen worden, daarin nog gesterkt door het overtuigende pleidooi van Naomi Klein in haar recent verschenen boek ‘Nee is niet genoeg’. Wat niet wil zeggen dat je per se op de troepen vooruit hoeft te lopen met visionaire ideeën: het faciliteren van het gesprek tussen mensen, het stimuleren van dialoog is op zich al leiderschap genoeg.

Want in het Europese theaterveld, zoals op de afgelopen IETM in Brussel, tref ik steeds meer gelijkgestemden die de prangende behoefte voelen om met elkaar in gesprek te gaan over urgente onderwerpen. Die het gevoel hebben dat we gezamenlijk daadwerkelijk iets moeten ondernemen tegen sociale misstanden.

Ik geloof in toenemende mate in de creatieve kracht van communities. Burgers die zich rond thema’s organiseren binnen alternatieve niet-hiërarchische, meerstemmige netwerken, als een nieuwe, constructieve vorm van burgerlijke ongehoorzaamheid. De theatergemeenschap benut haar vele mogelijkheden als solidaire community wat dat betreft beslist nog onvoldoende. We kunnen elkaar zoveel meer op weg helpen en onderweg ondersteunen dan we nu doen en een wezenlijke voortrekkersrol vervullen op significante gebieden, als we maar echt willen.

Het voeren van goede gesprekken gevolgd door concrete actie is daarom mijn allerbelangrijkste voornemen voor 2018. Samen met wat meer idealisme en inderdaad… een ietsepietsje meer fuck you-mentaliteit alsjeblieft.

daria

Vensters

In 2018 zal de discussie in de kunsten ongetwijfeld veelvuldig gaan over de RIS, de Regionale Culturele Infrastructuur, waarmee de Raad voor Cultuur hoopt te bereiken dat er meer erkenning en financiering komt voor het culturele aanbod in de regio.

Sommigen vragen zich nu al af voor welk probleem de RIS eigenlijk de oplossing is. Want wat je vooral wilt bereiken is dat lokale overheden, na de dramatische bezuinigingen van de afgelopen jaren, weer meer in kunst en cultuur investeren. Dat kan onder meer door regionale investeringen te belonen met matchende bijdragen vanuit de landelijke overheid. Maar of daar het optuigen van nog een infrastructuur voor nodig is, is volgens sommigen maar zeer de vraag.

Bovendien wil je ook niet dat zo’n RIS het nieuwste speeltje in de handen van de bestuurders wordt. En of je het nu ecosysteem of infrastructuur noemt: het riekt toch naar het optuigen van weer een nieuw, ingewikkeld vehikel dat ongetwijfeld al energie verbruikt heeft voor het effect sorteert. Hou het vooral eenvoudig, zeggen critici daarom. Benader het eens anders, zeg ik.

Bekijk de verdeling van kunst en cultuur over het land bijvoorbeeld eens vanuit het kind-perspectief. Wat heeft een kind aan cultureel aanbod en kunsteducatie nodig om even gelijke kansen te hebben als andere kinderen? Is er sprake van ongelijke kansen als een het ene kind wel naar musea, concerten en theatervoorstellingen gaat en de andere niet? Als het ene kind gebruik kan maken van culturele voorzieningen en alle bijbehorende kennis en het andere kind niet?

Nou wel wis en waarachtig. Wat als we ons cultuurbeleid opnieuw gestalte geven op basis van die ouderwets emancipatorische gedachte: gelijke kansen voor iedereen? Zo geredeneerd betekent dat nogal wat voor het belang, de functie en verantwoordelijkheid van bijvoorbeeld de regiotheaters als centra voor kunst, cultuur, kennis en wetenschap.

Ik denk enerzijds dat het heel goed is wanneer regio’s samen een plan voor de toekomst maken en daarbij uitgaan van eigen kracht. Ik geloof daarnaast dat er veel publiek te winnen valt door het produceren van herkenbaar aanbod dat aansluit bij de directe omgeving.

Maar tegelijkertijd vind ik dat we in een heel klein landje wonen. Te klein om in regionale kringetjes naar elkaar te gaan staan koekeloeren. Want, zoals toneelschrijfster Lot Vekemans zegt in haar Staat van het Theater, je zou willen dat de mensen in die gesloten kring zich omdraaien en zich ruimhartig openstellen voor anderen.

Echte openheid is al moeilijk genoeg, zo leert de praktijk. Kinderen echter hebben recht op vensters op de wereld. Het is onze gezamelijke verantwoordelijk om ze die te bieden en er alert op te zijn dat iets als een RIS uiteindelijk niet tot meer onderlinge verschillen leidt dan er al zijn.

Regionale samenwerking is daarom toe te juichen, maar wel als onderdeel van een landelijk kunst- en cultuurbeleid waarbij het idealistische principe ‘gelijke kansen voor iedereen’ wat mij betreft leidend is.

Science Fiction

Begin december luisterden zo’n 40 festivals voor de podiumkunsten bijeen in Driebergen naar de toekomstvisie van de Fountainheads, twee heren die op flitsende wijze de technologische ontwikkelingen van het moment schetsten. ‘Dankzij de robotisering gaan de festivals een gouden toekomst tegemoet’, riep een van de twee Fountainheads opgetogen. Want robotisering betekent immers: meer vrije tijd en de behoefte aan een zinvolle invulling daarvan.

‘Het is soms verstandig om als een sciencefictionschrijver vanuit de toekomst naar het heden te kijken’, adviseerde Mr. Fountainhead vervolgens. Een interessante gedachte. Ik pakte daarom de roman ‘Dromen androïden van elektrische schapen?’, van Philip K. Dick uit 1968 er maar eens bij, later beter bekend als Blade Runner. In de overbevolkte toekomst van Dick vlucht de wereldbevolking naar andere planeten, is het groen vrijwel geheel van de aarde verdwenen en zijn uitgestorven diersoorten (nagenoeg alle) vervangen door robotreplica’s die grazen op kunstmatige, overdekte dakweiden. Namaakmensen dienen hier als slaven. De overgebleven mensen van vlees en bloed, blijkbaar afgestompt, regelen hun emoties via het stemmingsorgel, de zogenaamde Penfield. Het is 2020.

Maar… hoopgevend voor mensen uit het culturele veld: in deze mistroostige, duistere toekomst bestaat het theater nog steeds. Er is zelfs sprake van een ‘duurzaam’ (!) gebouwd operagebouw. De getormenteerde hoofdpersoon vermoedt weliswaar dat de operazangeres een androïde is, maar verder is het theater nog in alles wat het al eeuwen is geweest: een zinnenprikkelend toevluchtsoord waar ook de nieuwe mens tot tranen toe bewogen wordt bij Mozart’s Die Zauberflöte, al loopt het koor van vermoedelijke androïden een fractie op het orkest voor.

Zo is het theater een lichtpuntje in een verder inktzwarte toekomst. Dat het theater ook in sciencefictionscenario’s een rol speelt is op zich niet vreemd wanneer je bedenkt dat het theater de val van beschavingen, de donkere middeleeuwen, de industrialisatie, de opkomst van film en televisie en nu ook het digitale tijdperk heeft overleefd. Een zeer stabiele factor in de geschiedenis van de mensheid, kortom. Het vertellen van verhalen is immers van alle tijden. ‘De duizenden jaren ervaring met storytelling is de grote kracht van het theater’, meent Joris Weijdom, iets waar naar zijn overtuiging bijvoorbeeld de Game industrie haar voordeel mee kan doen.

Bovendien is theater altijd live en daardoor als belevenis uniek, onherhaalbaar en immer in 3D, als het niet 4D, 5D of meer D is. Daarmee loopt het theater ruimschoots voorop, al laat het tegelijkertijd nog veel technologische kansen onbenut wanneer het gaat om bijvoorbeeld digitale decors, publieksservice of het verlichten van het fysiek zware werk van theatertechnici.

Maar er is meer gaande dat pleit in het voordeel van het theater: ‘Het theater kent niet de barrières van het sociale leven, daardoor wordt het een plaats waar de leugens ter discussie gesteld kunnen worden en de waarheid belicht’, zei theatermaker Wayn Traub in 2004, die toen niet had kunnen bevroeden dat leugens en waarheid in 2017 een geheel nieuwe dimensie zouden krijgen. Zo wordt het theater een urgente plek voor discussie en waarheidsvinding.

Omdat leugens met het grootste gemak als waarheden worden verkocht, is het aan de ontvanger wat hij of zij als waar wenst te beschouwen. Dat vergt veel van ons kritisch vermogen en voortdurende contemplatie: iets waar het theater bij uitstek de plek voor kan zijn. Maar ook een plek voor reflectie en echte ontmoeting, waar de telefoon gewoon uit kan en waar je je verbonden kunt voelen met anderen.

‘Het publiek heeft behoefte om zelf bij te dragen aan creativiteit’, constateerde de Fountainhead in Driebergen. Ook Kate Raworth, schrijfster van het toonaangevende Doughnut Economics stelt vast dat de moderne mens behoefte heeft creativiteit en het bedenken van creatieve oplossingen. Daarnaast ziet Raworth een behoefte aan leren, waardering en verbinding.

Mijn eigen theaterpraktijk onderschrijft deze constateringen. Was het al jaren trendy om in het theater of op festivals colleges te volgen: de behoefte om iets creatiefs te doen, liefst onder leiding van een gerenommeerde vakman/vrouw, neemt een vlucht. Nieuw repertoire rond actuele thema’s trekt steeds meer publiek, terwijl discussies rond die voorstellingen steeds drukker worden bezocht.

‘Een gouden toekomst’ dus, waarbij het theater zal moeten laveren tussen het behoud van het oude en de toepassing van het nieuwe. Of beter gezegd: inspiratie putten uit de kracht van het verleden, het nu en de kracht van de toekomst.

Voor wie zich door alle stormachtige technologische ontwikkelingen overweldigd voelt had Jean-Michel Jarre, pionier van de elektronische muziek, gisteren bij The Untold Stories een bruikbaar advies: ‘Als je in de technologische val verstrikt raakt en gelooft dat de oplossing ligt in grenzeloosheid, dan heb je het helemaal mis. Het mooie van deze tijd is dat je je eigen grenzen moet bepalen’.

blade runner

Why arts and culture are a booming business

Het was een heel andere tijd, zo’n twaalf jaren terug, getuige dit opmerkelijke artikel waarin Geert Dales (VVD) pleit voor een forse verhoging van kunstbudget. Wat is er in de tussentijd gebeurd? Leuk om in deze kerstperiode van bezinning terug te kijken op onze verwachtingen van toen en de realiteit van nu. Zelf schreef ik destijds een artikel dat tot mijn eigen verbazing in 19 landen werd gepubliceerd en in 9 talen werd vertaald, waaronder Spaans, Sloveens en Mandarijn. Deels naïef, deels voorspellend, maar vooral prettig optimistisch.

Why arts and culture are a booming business

In thinking about cultural participation, the first question that comes to my mind is: How can you possibly not culturally participate? My own cultural participation has increased spectacularly since the discovery of a true piece of art in my refrigerator: a small bottle of meat sauce designed in 1972 by the renowned glass designer Floris Meydam. After a little more investigating, I learned that my Grolsch beer bottles, which were originally designed by Koen van Os in 1962, were an example of ‘improved design’ by Meydam. I started to see Art everywhere.

I was puzzled. I had been living in a museum without even realising! In wonder I looked over my collection: my Hans Citroen litho, my Gispen couch, the Lumina lamp, the Vitra chairs, my Hans Ubbink trousers. Even my innocent-looking Ikea coffee cup appeared to be designed by an artist named Susan Pryke who finished her studies at the London Royal College of Art in 1994. Now some might say that just realising the influence of Art on our daily lives is not the same as cultural participation. But is there a real difference between staring at a coffee cup at home and staring at the same cup in a museum? I think not. It’s merely a matter of context.

Next to my own little private micro-economy, I see some macro-development coming too. There seems to be slowly emerging the widespread belief that Art, Creativity and Culture can actually make us money, instead of only costing us. Even the Dutch conservative party, the VVD, says it is planning to double the national arts budget, which is no less than a small cultural revolution. Art has proven its money-making power over and over again by revitalising buildings, cities and regions. From a marketing perspective, a city’s image as a creative, cultural, arty and vibrant hub delivers hard cold cash.

The economic impact of Art can be enormous. As one artist observed: ‘Look what only one painting, Rembrandt’s ‘The Nightwatch’, has bought for Amsterdam’ (probably tens of thousands of jobs and billions of euros). As soon as the economic impact of art is more generally recognised, many will embrace art – doubtless for opportunistic reasons, but so what? Content is money. Artists can deliver that content as no one else. Little by little, private companies and public authorities seem to be realising that support for the arts is no longer charity: it’s investment.

Art is the product of creativity. Creativity has become equivalent to capital. No longer is creativity the exclusive domain of the artist. The scientist coming up with new theories is being ‘creative’. Being ‘creative’ has even become a profession in its own right (and one that pays amazingly well). Thanks to the ‘blurification’ of terms, the city of Utrecht was able to pronounce itself The Most Creative City of The Netherlands. For whatever that’s worth. The term ‘creative industry’ also seems to be becoming blurred. For some, this term refers only to the design sector, while others include architecture, crafts, the visual arts and antiques, photography, film and video, writing and publishing, television and radio, music, theatre, advertising, design and (leisure) software development. By this definition, even that ultimate example of Dutch suburbia, the city of Zoetermeer, becomes surprisingly creative.

‘Blurification’

The ‘blurification’ process in the arts, creativity and culture goes even further. A Turkish Oil Wrestling Championship presented as a theatre play by the Festival a/d Werf in 2000 led to some discussion about whether this was art, culture or sport. Four years later, a Dutch singer had his funeral ceremony in a football stadium, with over 50,000 spectators loudly sharing their grief, singing and applauding as though they were attending a massive multi-media event, watched live on TV by over five million people. Is this art? Is it culture? Well, it sure looked like theatre to me!

The thin line between what is generally defined as art and what is defined as culture is disappearing. ‘What’s new?’ you might ask. ‘Didn’t we already consider some commercials and MTV videos as an art form? Didn’t we name a car after Picasso? Had we not declared a tin of Campbell’s soup a ready-made masterpiece over forty years ago?’ Maybe we did. We know that, depending on the context in which slices of life are presented – as sports, rituals and daily routines – things might easily be converted into Art. But what actually is new is that it is no longer only the artist who is putting things in a new framework. Blurification is a process happing outside the artists’ influence. What’s more: no one seems to care. We just produce and we just consume. And above all: we enjoy.

These are times in which I can go and see the new Robert Wilson on Tuesday; record Desperate Housewives on my VCR at home; check out a fresh comic on Wednesday; publicly discuss the work of Steven Berkoff on Thursday; and buy old Harry Belafonte records at the weekend. Thank God for cultural freedom! No one will judge my taste. The basket of cultural fruits is overwhelmingly filled. And none is forbidden so far.
There is a new generation coming up which does not care about definitions – high or low culture, multidisciplinarity, interculturality – they just do, assembling their sources in their own instinctive Google way. This is the generation of do-ers; natural-born cultural entrepreneurs. Not the Ego, but the Product. Not the Policymaker, but the Public. Everywhere you go in Europe you’ll bump into kindred spirits.

Art is at the edge of the ultimate democratisation. You do not have to be a musician to perform live at a concert; you do not have to be a trained actor to become a TV star. You can be a celebrity just by imitating others. You can even be known just for being known…We can publish our poems on our web logs. Design our virtual lives. Start our own radio or TV network on the Internet right here, right now. Camcorder in hand, we can shoot our own documentaries tonight and broadcast them tomorrow.

Burials and Weddings

Community art seems to be very much in fashion again. Last June, over thirty-five theatremakers from all over the world attended a seminar on site-specific theatre and landscape art at Terschellings Oerol Festival. Working with local, often agricultural, communities appeared to be very significant to the artists involved. John Malpede was doing it in Eastern Kentucky; Sjoerd Wagenaar is doing it in the Dutch province of Drenthe; Wu Wenguang in Beijng, China; Jorge Vargas in the guerrilla areas of Colombia; and former Dogtroep member Jos Zandvliet is singing with hooligans in football stadiums. Naturally enough, most of these projects are based on local lifestyle, history, sentiment and day-to-day rituals like burials and weddings: the proven way to achieve maximum cultural participation – and what’s more, the best way to fulfil the craving for cultural identity in these confusing times.

strokasteel

In the meantime, the cultural elite is starting to worry. At a literary society debate in Amsterdam, some people questioned the artistic value of sing-a-long projects with Ajax hooligans: ‘Singing with hooligans? Fine! But who is going to oversee the quality?’ A fellow debater mentioned a murder in front of a summer terrace, which bystanders had cheerfully applauded, thinking it was a well-performed street act. True or not, the debater firmly stated that if this is what blurification is all about, he’d rather stick to the old convention. The society members applauded and laughed out loud with an observable sigh of relief. Unfortunately for the debater, cynicism is passé. Cultural participation is booming – whether you like it or not.

Ruimte

In de discussies over herziening van het subsidiebestel rond de culturele sector die her en der worden gevoerd duiken een paar begrippen steeds weer op: ‘impact’, ‘diversiteit’, ‘centralisatie’ of juist ‘decentralisatie’, ‘fair practice’, ‘vereenvoudiging’, maar ook ‘vertrouwen’, ‘tijd’ en ‘ruimte’.

Ruimte is een interessant concept. Je kunt er veel mee.
Geef een object de ruimte en het komt meer tot zijn recht.
Geef een mens de ruimte en hij komt tot bloei.
Zelfs een woord leest anders als je het ruimte geeft.

 

Ruimte

 

Het werkt ook andersom:
Zit je partner op de nek en hij of zij maakt dat ie wegkomt.
Zit de kunst op haar nek en ze verliest alles wat haar zo aantrekkelijk maakt.

Ruimte is een revolutionair concept. En niet duur. Je hoeft het de ander alleen maar te gunnen. Het doet het bovendien heel goed voor leidinggevenden.

Een wondermiddel, kortom.

Binge-watchen op de Edinburgh Festival Fringe

De Edinburgh Festival Fringe mag met haar 70 jaar inmiddels met recht de grootmoeder aller festivals genoemd worden. Na een aantal jaren niet te zijn geweest, heeft het immense evenement sinds vorig jaar opnieuw mijn hart gestolen. Je kunt er naar hartenlust binge-watchen: ik doe er zelf toch al gauw zes voorstellingen per dag. Op de Fringe kan dat: de voorstellingen duren er vaak niet meer dan een uur en zijn bovendien heel betaalbaar. Bij mijn recente bezoek betaalde ik 11 euro voor de goedkoopste tickets en slechts 22 voor de duurste. Daar komen nog het straattheater op de Royal Mile en de gratis voorstellingen bij.

Het merendeel van het aanbod is comedy, maar dan nog zijn er dagelijks honderden voorstellingen uit andere genres te zien; van new circus tot spoken word, van teksttheater tot dans, van lezingen tot meditatielessen en alle denkbare mengvormen daartussenin.

Wie geïnteresseerd is in nieuwe ontwikkelingen vindt op de Fringe alles wat hij weten wil. Mij vielen dit jaar een paar bemoedigende dingen op. Diversiteit viert hoogtij op de podia. Multiculturele casts zijn van oudsher al kenmerkend voor het circus dat veelvuldig in vernieuwende vormen op het festival te vinden is, maar ook binnen andere disciplines valt op hoe verschillende culturen op een volstrekt vanzelfsprekende manier met elkaar op het podium staan. Ook de LGTB community is ruimschoots op het festival vertegenwoordigd, waarbij You’ve Changed van Kate O’Donnell en Sisters Grimm met Lilith: The Jungle Girl indruk op me maakten.

Opnieuw vond ik het opvallend hoezeer de grens tussen amateur en professional ook in de theaterwereld vervaagt: de autodidacten zijn duidelijk in opkomst, een ontwikkeling die we ook op het Amsterdam Fringe Festival zien. Net zoals televisie onder invloed van particuliere internetzenders democratiseert, zijn de theaterpodia allang niet meer exclusief het domein van geschoolde artiesten. De Edinburgh Fringe is een vrije markt voor iedereen met en met minder talent. Schaamteloos selfie-theater van de solist staat er naast de grootschalige amateur-musical met soms verbazingwekkende potentie.

Maar misschien nog wel het meest positief vind ik het feit dat de Edinburgh Festival Fringe er voor iedereen is. Hele families, inclusief opa’s en oma’s, vriendenclubs, stelletjes en vrienden uit alle lagen van de bevolking maken er een maand lang hun feestje van. Ik hou van theaterbezoekers die zich bijna kinderlijk verheugen op wat er komen gaat. Als er twee ‘gangsters’ binnenkomen bij Cirque Eloize slaat de man achter me, mij vol enthousiasme op de schouder: ‘Did you bring your gun?’.

FESTIVAL 1) Bijeenkomst 2) Cultureel feest 3) Evenement 4) Feest 5) Feest voor het volk 6) Filmfestival 7) Frans muziekfeest 8) Groot feest 9) Groot muziekfeest 10) Groot volksfeest 11) Muziek gebeuren 12) Muziekbijeenkomst 13) Muziekfeest 14) Muziekgebeuren 15) Theatermanifestatie 16) Volksfeest 17) Zangersfeest

 

lilith2
Sisters Grimm: Lilith, The Jungle Girl

 

 

 

Les Galas: groter, grootser, grootst?

Hoewel ik me afvraag of schaalvergroting altijd een even goed idee is voor de culturele sector, is intensieve samenwerking op het gebied van Productie en Presentatie wat mij betreft een absolute must. Het valt daarom toe te juichen dat de Vereniging Vrije Theater Producenten (VVTP),  De Vereniging van Schouwburg- en Concertgebouwdirecties (VSCD) en Nederlandse Associatie voor Podiumkunsten (NAPK) werken aan een fusie die binnen afzienbare termijn effectief moet worden.

Met de fusiebesprekingen gaan er opnieuw stemmen op om te komen tot één groot Podiumkunstengala, waar alle belangrijke podiumkunstenprijzen op het gebied van theater, dans, musical, muziek en cabaret op één avond worden uitgereikt. Live op de nationale televisie natuurlijk; ondanks het internettijdperk voor velen nog altijd de heilige graal.

Het is beslist niet de eerste keer dat die discussie wordt gevoerd. Vanuit de musicalwereld werd deze zo’n acht jaren geleden al eens opgestart (en weer gestopt), een televisieproducent deed er uitgebreid onderzoek naar, Cornald Maas en toenmalig toneeljury-voorzitter Boris van der Ham riepen er in een gezamenlijk pleidooi toe op en een gewezen theatermarketeer schreef zelfs een gedetailleerd plan voor een massaal Podiumkunstengala in de Amsterdamse RAI.

Tot nu toe is het er dus niet van gekomen. Dat ligt niet alleen aan het gebrek aan middelen. Een dergelijk feestje kost toch al gauw een paar ton euro. Maar zelfs als die tonnen gevonden zouden worden, dan nog…. Lang niet iedereen gelooft dat het in het belang van de verschillende disciplines is om ze samen op één hoop te presenteren. Het is nu immers al lastig genoeg om media aandacht te krijgen voor de verschillende prijzen. Laat staan dat je er tientallen achter elkaar uitreikt. Van de twaalf theaterprijzen uitgereikt op het Gala van het Nederlands Theater halen momenteel vooral de Louis d’Or en Theo d’Or de voorpagina’s. De angst dat deze prestigieuze prijzen met hun enorme traditie eenmaal uitgereikt op een groots prijzengala naar pagina 13 van het cultuurbulletin verhuizen komt niet helemaal uit de lucht vallen.

Daarbij: levert het uitreiken van al die Awards uiteindelijk boeiende televisie op? En… wat doen we dan met de ‘grote’ en ‘kleine’ prijzen? Komt er eerst een uitreiking van kleinere prijzen en gaan we pas ‘live’ als de grotere prijzen aan de beurt zijn, net zoals dat op andere televisiegala’s het geval is? En wie bepaalt dat onderscheid dan?

Het Gala van het Nederlands Theater is waarschijnlijk het goedkoopst geproduceerde Gala van West-Europa maar heeft inmiddels een onweerstaanbare charme omdat de acteurs het Gala naar zich toe hebben getrokken, van lieverlee hun eigen entreekaarten betalen en er belangeloos en met bravoure aan meewerken en een bevlogen theaterregisseur samen met zijn tekstschrijvers de eigen sector onbekommerd becommentarieert. Daardoor heeft het theatergala een tegendraads, licht anarchistisch karakter waarbinnen eigen tradities als het In Memoriam zorgvuldig worden gekoesterd. Die charme is mogelijk verdwenen zodra de televisiecamera’s draaien. Of is dit een typisch gevalletje koudwatervrees?

Bonte avond

Het blijft hoe dan ook een uitdaging om zo’n gedroomde bonte avond vol Dans, Cabaret, Musical, Muziek en Theater Awards op een interessante en onderhoudende manier vorm te geven. Los nog van de belangen die alle betrokkenen ongetwijfeld zullen verdedigen, is het wat mij betreft ook nog maar eens de vraag of het klassieke gala met rode lopers, knallende kurken en knellende smokings niet haar langste tijd heeft gehad. Op Amerikaanse leest gestoelde glamour is uit, wat mij betreft. Europese glamour; daar ben ik helemaal voor.

Toch valt ambitie en de wil tot samenwerken toe te juichen. Samenwerking is op het moment het enige dat de culturele sector daadwerkelijk naar een hoger plan kan tillen.

Er is daarom nog een ander model denkbaar, dat bestaande gala-budgeten slim samenvoegt tot een spektakel met nationale uitstraling. Want als je toch uit wilt pakken, toon dan echt wat lef en zet op de laatste dag van het Nederlands Theater Festival het gehele Leidseplein af, maak er één grote openbare feestruimte van en organiseer alle Gala’s tegelijkertijd. Twee in DelaMar, twee in de Stadschouwburg en een in Paradiso. Schakel live tussen de zalen en eindig de avond met vuurwerk, son et lumiere en Fucque les Balles-achtige feesten waar al die gescheiden disciplines buitelend over elkaar heen vallen. Daar zullen de uitreikingen van de Laurence Olivier Awards en Tony Awards bleek bij afsteken. En hebben de Nederlandse talkshows geen enkel excuus meer om niet aanwezig te zijn. Sterker nog: het inrichten van een perscentrum lijkt me dan noodzakelijk.

Toch lever je met een dergelijke opzet op z’n minst 5 of 6 culturele nieuwsmomenten per jaar in. Het blijft de vraag of je dat er voor over hebt en met welke opzet je uiteindelijk het meeste publiek bereikt. Klein, gespecialiseerd en charmant, of weelderig en spectaculair.

Voor wie zich nu zorgen maakt, zich verheugt of zich bij voorbaat al opwindt: het zal zo’n vaart niet lopen. Maar het blijft goed om er regelmatig over na te denken.

Naschrift oktober 2017: De voorgenomen fusie tussen VSCD, NAPK en VVTP gaat niet door. Wel wordt een samenwerking t.a.v. een mogelijk gezamenlijk Podiumkunstengala verder onderzocht.

gala.jpg

 

Maak een gratis website of blog op WordPress.com.

Omhoog ↑