Fair practice

Vandaag leerde ik over de Favored Nations clausule. Het is een clausule in een contract die bepaalt dat wanneer de ene acteur er in een productie financieel op vooruit gaat, dat automatisch ook moet gelden voor alle andere betrokken acteurs. Wat overigens niet wil zeggen dat iedereen evenveel betaalt krijgt, want leeftijd en ervaring tellen bij de inschaling mee, maar toch… Fair deal, lijkt me. Zouden ze bij de banken ook moeten doen. Is het snel gedaan met de bonussen.

Maar goed.

Fair practice. Dat is echt een knap lastig puntje in ons vak. Als afnemer van theaterproducties heb ik er belang bij dat de kosten zo laag mogelijk zijn en mijn opdrachtgever zo weinig mogelijk risico loopt; als aanbieder van mijn eigen diensten wil ik zelf liever niet onder een redelijk tarief werken…

Zo heb ik er alle begrip voor wanneer iemand een grens trekt en zegt: daar doe ik het niet voor beste vriend, ook al valt het hele leuke plannetje daarmee in duigen.

Zelf heb ik twee jaren geleden nog een subsidie teruggegeven omdat het uiteindelijk toegekende bedrag veel te laag was om het plan daadwerkelijk te kunnen realiseren en ik geen zin had om een beroep te doen op de goedhartigheid van onderbetaalde freelancers.

Een terechte keuze vind ik nog steeds en tegelijkertijd voelde het vrij tegennatuurlijk: geld teruggeven. Het werd me bovendien niet in dank afgenomen.

Toch zouden we vaker grenzen moeten trekken. Gezamenlijk een minimumtarief voor freelancers moeten afspreken bijvoorbeeld. Maar ja, wie houdt zich daar aan als puntje bij paaltje komt? Als je het werk hard nodig hebt? Als het werk een beetje een goede zaak dient, draaf ik zelfs regelmatig gratis op.

Alleen onbetaald brainstormen doe ik niet meer. Daarvoor heb ik mijn ideeën iets te vaak in enigszins bijgestelde vorm terug zien komen zonder dat ik er een cent voor heb gekregen. Niet dat ik zelf geen ideeën jat trouwens. Ik vergeet alleen altijd van wie. (‘Oh? Ik dacht dat ik dat zelf was’).

In ieder geval ben ik er mee gestopt om collega-freelancers niet meer te betalen voor brainstormsessies. ‘Vroeger’, toen er meer vaste banen waren en men elkaar in de baas (m/v) zijn tijd nog wel eens wilde adviseren was dat redelijk normaal. Nu kan dat echt niet meer.

Hoe we verder omgaan met het verschil tussen freelancers en de mazzelaars die nog wel een vast contract hebben is een andere interessante vraag. Want laten we wel zijn: ook in culturele sector werken mensen die leuk verdienen. En dan nog: is dat erg? Of zijn het vooral de grote onderlinge verschillen waar het pijn doet? Mijn collega Anoek Nuyens stelde onlangs voor om die discussie op radicale wijze met elkaar aan te gaan en een keiharde expositie van loonstrookjes en salarisspecificaties te organiseren tijdens het Nederlands Theater Festival in september.

Dat zal me een klapper worden. Over elkaars salaris praten is in ons land wel zo’n beetje het allergrootste taboe denkbaar. Nederlanders delen nog liever het volledige verslag van hun therapiesessies dan de inhoud van hun salarisstrookje.

Ik kan me alvast wat prikkelende vragen voorstellen als het om Fair Practice gaat. Bijvoorbeeld: is het onredelijk om van een 67 plusser met een goed pensioen te verwachten dat hij of zijn geen betaald werk meer verricht? Of: is het raar om van een zwaar betaalde directeur in de culturele sector met een jaarsalaris boven de zeg, 100.000 euro te vragen om 10 procent van zijn of haar taken (en honorarium) af te staan, zodat een freelancer er weer een klus bij heeft? En: mogen we van de nieuwe generatie aan de top eisen dat zij met minder salaris genoegen nemen dan de gepensioneerde babyboomer die zij hebben opgevolgd? Of gaan we er gevoeglijk van uit dat ze zelf al op dat idee gekomen waren? Tuurlijk! Idealisme regeert, toch? En ook: moeten we niet net als de Amerikaanse president de zittingstermijn van directies beperken tot twee keer vier jaar, om zodoende de doorstroming in ons vak eindelijk een beetje te bevorderen? Van die dingen dus.

Dat zal me een heerlijk verhit debat opleveren. Als er al iemand komt opdagen natuurlijk. Nou ja, ik ben er. En Anoek hoop ik. Ik braaf met een kopie van mijn jaaraangifte 2016 in de hand en zij met haar radicale ‘The future is female’ t-shirt aan. Ik kan niet wachten.

Advertenties

Reacties zijn gesloten.

Blog op WordPress.com.

Omhoog ↑

%d bloggers liken dit: