Het DNA van de stad

‘Je kunt niet zomaar een festival in een stad organiseren wanneer je die stad eigenlijk niet kent’, zei een collega laatst. Het lijkt een open deur, maar toch… Ik zou het nog sterker willen zeggen: wanneer je een festival of kunstevenement in een stad of gebied organiseert behoor je je eerst grondig te verdiepen in het DNA van die stad of het gebied. Dat doe je door er langdurig rond te hangen, te luisteren naar de heersende sentimenten, uitgebreid te observeren, rond te zwerven, te praten met cultuurmakers en consumenten en harde cijfers te verzamelen over de inwoners en hun voorkeuren en gedrag. Pas dan kan er een innovatief evenement ontstaan dat aansluit bij het unieke DNA van de omgeving. Een evenement dat past in Groningen kan in Den Bosch compleet niet aanslaan, terwijl de Bosschenaar op bezoek in Groningen wel enthousiast kan zijn over datzelfde evenement dat floreert omdat het ingebed is in de juiste omgeving. Het is kortom; maatwerk. Net als kunstbeleid. Ook dat is niet zomaar over te hevelen. Er is geen beleid denkbaar dat overal werkt, ook al beweren sommigen dat dat anders is.

Advertenties

Winstbejag

Maakt Ilja Pfeijfer nou een vergissing in de NRC Next van vandaag, of lees ik niet goed? Hij schrijft: ‘De uitgeverijen moeten terug naar het oude model van kleinschaligheid en continuïteit. (…..) Het is een business model dat voor de hele culturele sector zou moeten gelden. Het hoofddoel is om mooie dingen te maken om genoeg geld bij elkaar te krijgen om dat volgend jaar weer te doen. Het doel is niet om rijk te worden’.

Als er had gestaan:‘Het is het business model zoals dat al sinds jaar en dag in de culturele sector geldt’, dan had Ilja de spijker op zijn kop geslagen. Want zo werkt het. Sterker: verreweg de meeste culturele instellingen, vaak stichtingen, werken zonder enig winstoogmerk. Rijk wordt vrijwel niemand. Dat zou Ilja als ploeterend broodschrijver als geen ander moeten weten. ‘Proberen het hoofd boven water te houden’ is momenteel meer van toepassing. Maar daarin staat de culturele sector niet alleen.

Terecht stelt Ilja daarom: ‘Ook buiten de culturele sector zou het heilzaam zijn continuïteit boven winstbejag te stellen’. Daarin ben ik het hartstochtelijk met hem eens. Dat de wereld zo snel mogelijk terug wil naar de overvloed van voor de crisis, met alle verspilling van dien, is ook mij een doorn in het oog. De hoop op echte verandering is wat dat betreft al bijna vervlogen.

Een goed gesprek

‘De kunst heeft de politiek tot tegenstander gemaakt’, zei collega Paul Gudgin me zo’n twee jaren terug, ‘Kunst zou een veel grotere maatschappelijke rol kunnen spelen door zich te verbinden met urgente thema’s waar de politiek nu mee worstelt. Je zou eigenlijk aan de politici moeten vragen hoe je ze als kunstensector kunt helpen om maatschappelijke uitdagingen het hoofd te bieden’.

Met dat advies in gedachten benaderde ik een van onze grotere politieke partijen. Een half jaar geleden zaten we met tien ‘creatieven’, theatermakers en een zestal politici en politieke beleidsmedewerkers om de tafel. Het ging nu eindelijk eens niet over geld of over subsidies of over het belang van kunst. Niemand vertelde de ander hoe het moest. Het was, in alle opzichten, een gelijkwaardig gesprek. Er werd gepraat en geluisterd. Gewoon een goed gesprek. Niets meer en niets minder. Met elkaar praten over kwesties die ons allemaal aan gaan is de manier om grote afstanden in dit kleine land te overbruggen. We zouden dat vaker moet doen. Kost niks. Hooguit een kan koffie of wat biertjes. Een revolutionair concept dat direct toegepast kan worden. Je hoeft er niet eens een werkgroep voor op te richten.

Goede ideeën

In een wetgevingsoverleg over cultuur, afgelopen 11 november, vroeg structureel gesubsidieerd taalkunstenaar en politicus Martin Bosma (PVV) zich af waar de linksen blijven met hun protesten tegen de bezuinigingen op kunst nu er een socialistische wind door de regering waait. De bezuinigingen zijn nog steeds van kracht maar de schreeuw om geld is verstomd, constateerde Bosma niet zonder enige spijt. De grachtengordelelite is echter gewaarschuwd: de PVV, in de peilingen de grootste politieke partij van Nederland, subsidieert geen kunst. Wel cultuur. Terecht stelt Bosma dat die twee begrippen niet met elkaar verward mogen worden. Dat de culturele… pardon, kunstensector anderhalf jaar na De Mars (met die rampzalige toevoeging) niet langer luidruchtig roepend onder het Torentje staat heeft misschien een andere reden dan de PVV woordvoerder denkt: de bezuinigingen zijn inmiddels geeffectueerd en hebben hun uitwerking niet gemist. Bovendien: protesteren is zó 2012… Volgens mij is ‘het land’, ongeacht welke sector dan ook, het protesteren wel een beetje beu. Ons ooit zo liberale innovatieland snakt vooral naar een bevlogen regering met goede ideeën. Wie inspireert kan in ieder geval op mijn stem rekenen. Zij het ‘linksom’ of ‘rechtsom’. Dat verschil is immers al lang niet meer evident.

How to become like Leonardo da Vinci

Op de cover van Managementboek Magazine van november spreekt schrijver, spreker, cultuurfilosoof, initiator en ‘ontdekkingsreiziger’ Martijn Aslander van een nieuwe Renaissance, die naar zijn overtuiging inmiddels een jaar of tien aan de gang is. Kennis en informatie zijn meer dan ooit voor iedereen beschikbaar: ‘Iedereen kan bij de tools, het verschil zit ‘m in de houding’, stelt Aslander. De nieuwe generatie laat zich niet beperken door ervaring of opleiding, maar leert gretig op het kennisgebied dat hem of haar op dat moment past. Begrijpelijk dat ‘homo universalis’ Leonardo da Vinci Aslanders’ grote inspiratiebron is. Dat je alles kunt zijn wat je wilt zijn en dat ook nog eens allemaal tegelijkertijd is een bevrijdende gedachte. De site Wikihow, ontstaan in 2005, is exemplarisch voor het maakbaarheidsideaal. Google maar eens op How to become an ‘entrepreneur’, ‘writer’, ‘Taoist’ of willekeurig welk ander beroep of interessegebied. Je bent vaak al in zeven of acht heldere stappen wat je worden wilt. Zelfs op de vraag How to become like Leonardo da Vinci?, komen zinnige antwoorden. Die nieuwe Renaissance van Aslander, die zet nog wel even door, vermoed ik. Inspirerend.

Lean Thinking

‘In Nederland,’ verzuchtte een Engelse consulent onlangs, ‘kan iets nooit eens eenvoudig van A naar B. Alles voltrekt zich in volstrekt onduidelijke cirkelbewegingen waarbij iedereen zijn of haar zegje mag doen en elke mening even zwaar telt. Alles moet altijd teruggekoppeld worden. Er wordt nooit echt iets besloten, zo lijkt het… En dan… (hij keek nu wanhopig naar de lucht)… die eeuwige koffiepauzes van jullie!’

Herkenbaar? Zeker. Niets lijkt in Nederland zo ingewikkeld als het simpel houden. Het zit blijkbaar in onze volksaard. In een land waar iedereen verantwoordelijk is, is niemand verantwoordelijk. Dat maakt het nemen van besluiten nog eens extra complex. Zelf ben ik een groot fan van Lean Thinking. De essentie van Lean is voor mij veel meer dan een van oorsprong Japanse managementfilosofie; het is bijna een manier van leven. Ik geloof inmiddels heilig in de kracht van eenvoud. ‘Alles is het gevolg van handelen’, zei schrijver en Taoist Gerben Hellinga mij ooit. Je kunt moeilijk doen, maar het evenzogoed eenvoudig maken. Dat vergt meesterschap, zo blijkt. Eenvoud: je kunt er een leven lang op studeren.

Waarde

Tijdens een discussiebijeenkomst over het cultuurbeleid van de stad Groningen in 2020 opperde een locale politicus dat het wellicht een goed idee zou zijn om nu eens de economische waarde van kunst aan te tonen. Want economische waarde, daar draait het tenslotte allemaal om. Iets heeft blijkbaar pas waarde wanneer het geld oplevert. In de afgelopen jaren zijn er talloze vuistdikke rapporten verschenen waarin de economische waarde van kunst onomstotelijk is aangetoond. Toch hebben die rapporten helemaal niets uitgemaakt in de waardering voor de kunst. Ofschoon iedereen met gezond verstand weet dat een stad vol kunst en cultuur veel leuker is dan een stad zonder, blijven sommigen om onduidelijke redenen maar zoeken naar bewijsvoering. De oude Grieken wisten het al; kunst, sport en onderwijs zijn goed voor een mens. De economische waarde komt daar als vanzelf achteraan.

 

Belangen

Binnen het adviesorgaan van een Europese netwerkorganisatie voor de podiumkunsten woedde onlangs een discussie over het nut van grote belangenorganisaties. Grootschalig en log is immers uit; klein, slagvaardig en flexibel is in. Want: Small is beautiful. Het is een Europese tendens zo blijkt: belangenorganisaties vallen om omdat de leden zich onvoldoende vertegenwoordigd voelen. Want, zo is de klacht, een veelheid aan kleine leden levert de inhoud, de input aan ideeën en het geld terwijl het belang van de grote broer onvoldoende duidelijk is en in het ergste geval een van de praktijk vervreemde koers vaart. Bovendien dwingt de crisis tot de vraag of het lidmaatschapsgeld niet beter besteed kan worden. In het ontmantelen van grote belangenorganisaties, die vaak ook nog eens top-down georganiseerd zijn en daarmee al helemaal de tijdgeest tegen hebben, schuilt een gevaar: belangenbehartiging, samen optrekken, samenwerken, gezamenlijk inkopen; het blijft noodzaak. In rap tempo moderniseren is voor belangenorganisaties de enige weg. Bottom-up, sneller en effectiever,  leaner, meer betrokken, servicegerichter, beter én goedkoper. Een uitdagende opgave voor leiders nieuwe stijl.

De nieuwe theaterprogrammeur

De tijd dat je als theaterprogrammeur in november bladerend door het overvloedige aanbod van de impresario’s je keuze voor het daaropvolgende seizoen maakte, ligt nagenoeg achter ons. Niet alleen is het aanbod als gevolg van de crisis beduidend minder en is het budget voor programmering in menig theater geminimaliseerd, de bezoeker wil ‘value for money’ en een steeds meer gespecialiseerde theaterprogrammeur als ‘gids’, het liefst met een beetje visie en bevlogenheid. Daarbij verandert de functie van de schouwburg in de samenleving. De theaterzalen bieden steeds vaker andersoortige programma’s als ‘theaterlezingen’ of anderszins eigenhandig samengestelde verdiepingsprogramma’s en thema-avonden. De Stadsschouwburg Amsterdam is daar een mooi voorbeeld van. De moderne theaterprogrammeur is een concept-denker, gids en programma-maker tegelijkertijd, meer nog dan een boeker.

Maak een gratis website of blog op WordPress.com.

Omhoog ↑